Accessoire geslachtsorganen

 

Epididymis.

° oorsprong : de excretorische kanaaltjes van de mesonefros, die uitmonden in het kanaal van Wolff, worden de ductuli efferentes van de foetale testis. Het meest craniale deel van het kanaal van Wolff verdwijnt, het middendeel neemt in lengte toe en verloopt sterk gekronkeld = epididymis. Het caudale deel vormt de ductus deferens. Hieruit differentiëren zich de accessoire klieren.

° morfologie : de epididymis of bijbal bestaat uit de sterk gekronkelde ductus epididymidis en omvat drie delen : de kop (caput), het lichaam (corpus) en de staart (cauda : hier worden de spermatozoa opgeslagen). Het geheel is ingedeeld in lobuli door middel van bindweefselsepta. De bijbal is met bindweefsel op de testis vastgehecht. Ductuli efferentes en epididymiskanaal zijn omgeven door een circulaire laag glad spierweefsel die naar caudaal toe steeds dikker wordt en zich verderzet ter hoogte van het vas deferens (waar er een longitudinale laag glad spierweefsel aan toegevoegd wordt). Om de 6 tot 20 seconden doet zich een peristaltische contractie voor die de spermatozoa in de richting van het vas deferens voortstuwt. Innervatie : noradrenerge zenuwvezels (a -receptor) zijn afkomstig van ganglia die afferente vezels van n.hypogastricus en nn.pelvici ontvangen ; ook cholinerge en peptiderge innervatie is aanwezig (zie tabel). Vooral het distale deel van het epididymiskanaal is sterk geïnnerveerd door sympathische zenuwvezels (vrijstelling oxytocine en vasopressine): tijdens de ejaculatie worden hierdoor sterke contracties van de caudale epididymis opgewekt.

° histologie : pseudotweelagig cylindrisch epitheel met hoofd- en basale cellen ; de hoofdcellen dragen stereociliën (microvilli met actinefilamenten) en staan in voor resorptie en secretie.

° de epididymis is androgeen-afhankelijk : na castratie volgt involutie van de epididymis. Testiculaire androgenen bereiken de bijbal via drie wegen : rete testis vloeistof, bloed en lymfe. Ter hoogte van de bijbal wordt testosteron door een 5a -reductase omgezet in DHT, dat daarna op kernreceptoren gaat binden.

° functie : hoofdzakelijk opslag, maturatie en transport van spermatozoa (zie verder)

Tijdens de ejaculatie wordt het sperma uit het vas deferens verdund door toevoeging van secreties uit accessoire geslachtsklieren (ongeveer 2/3e van het zaadplasma is afkomstig van deze klieren).

Groei en secretorische activiteit van deze klieren staat onder invloed van testosteron, dat lokaal wordt omgezet in het actieve (5a -)DHT. Mogelijk nemen ook andere hormonen (onrechtstreeks) deel aan de regulatie van de kliersecretie bvb. prolactine heeft positief effect op testosteronstimulatie van prostaat en zaadblaasjes.

Op zich schijnen de secreties uit de accessoire geslachtsklieren van weinig of geen invloed op het bevruchtingsvermogen van het sperma : voor fertilisatie in vitro is het zelfs noodzakelijk de kliersecretie-fractie te verwijderen. Ook in vivo gaat het grootste deel van deze fractie verloren ter hoogte van cervix en uterus. Vermoedelijk dienen de kliersecreties bij natuurlijke paring ter bescherming van de spermatozoa tegen het vijandig milieu (vagina, uterus) waarin ze gedeponeerd worden.

Innervatie van de accessoire geslachtsklieren is afkomstig van ganglia gelegen in (de buurt van) de effectoren (zie tabel).

De verschillende accessoire geslachtsklieren worden hieronder opgesomd :

Zaadblaasjes

° twee kliertjes bestaande uit talrijke lobuli – monden uit in het bekkendeel van de urethra of in het terminale deel van het vas deferens (mens) – belangrijkste component van de vloeistof hier is de energiebron fructose, een voorkeursubstraat voor de spermatozoa – bevat ook veel kalium en produceert méér prostaglandines dan de prostaat zelf

Prostaat

° grote bilobaire (of diffuse : ov, cap) klier die het halsdeel van de urineblaas en het proximale deel van de urethra omvat

° opgebouwd uit lobuli die het klierweefsel (acini met hun afvoerkanaaltjes) omsluiten – de grotere afvoerwegen monden uit in de urethra

° het klierepitheel is een secretorisch cylindrisch epitheel dat voortdurend geregenereerd wordt (overmatige celvermenigvuldiging kan leiden tot prostaathyperplasie) – de cellen van het klierepitheel zijn androgeen-afhankelijk

° prostaatvocht bevat ondermeer een poly-amine, het spermine, fosfatasen en Zn++ionen (bactericide en spermanucleoproteïne-stabiliserende eigenschappen)

° opmerking : bij de rodentia vormen de craniale delen van de prostaat de "coagulatieklier": deze produceert een transglutaminase dat, na ejaculatie, coagulatie van een proteïne uit de zaadblaasjes veroorzaakt, zodat een vaginale plug (slijmprop) gevormd wordt die terugvloei van het sperma verhindert – ook bij de mens treedt gelificatie op van zaadblaasjesproteïnen door stollingsenzymen uit de prostaat

Cowperklieren (of bulbo-urethrale klieren)

° vnl. goed ontwikkeld bij de beer

° secreteren het sialomucine : in het ejaculaat gaat dit coaguleren tot kleine, doorschijnende, gelatineuze bolletjes (cfr. tapioca in soep) – functie ervan is onbekend

Klieren van Littré (of urethrale klieren)

° kleine klieren langsheen het penisdeel van de urethra gelegen

° secreteren bij sexuele opwinding

Klieren van Tyson (of preputiale klieren)

° bevat bij sommige species (rat, muis, varken) feromonen, die een rol spelen bij het lokken van een sexuele partner

color_left(1).jpg (1320 bytes)sftyicon(1).jpg (1206 bytes)color_right(1).jpg (1260 bytes)